Sunday, 13 June 2010

Freelance-journalist Jan Puype dook twee jaar onder in de wereld van de Belgische eliteclubs


Wat doen de bewoners van de witte luxevilla's in Knokke tijdens hun vrije uren? Behalve golfen en paardrijden, gaan ze naar de eliteclub. In dat soort clubs is de minder gefortuneerde burger niet welkom. Hoewel de clubleden graag een uitzondering maken voor bepaalde politici, journalisten en artiesten. Jan Puype stak zijn voet tussen de deur van de clubs. Hij verzamelde ledenlijsten, rekende uit wat het kost om lid te worden en noteerde de selectiecriteria. In “De elite van België” beschrijft hij een wereld waar ons ons kent en gekonkelfoes nooit veraf is.
Bekende clubleden halen hun schouders op als ze geconfronteerd worden met het boek. “Wat Jan Puype in zijn boek schrijft, is lachwekkend. Er is geen sprake van roze balletten,” reageert baron en Bekaert-voorzitter Paul Buysse in het Nieuwsblad. “Dat geheimzinnige gedoe, dat zijn fabeltjes,” zegt Mark Eyskens, erelid van de Club van Lotharingen in dezelfde krant. “Zo'n club is gewoon handig voor mensen met heel drukke agenda's,” voegt hij er nog aan toe.
Een typische reactie,” zegt Jan Puype. “In mijn boek heb ik dat het tiende clubgebod genoemd. Ten opzichte van de buitenwereld moeten de netwerken geminimaliseerd worden. Maar als het dan toch allemaal tot niets dient, waarom wil iedereen er dan absoluut bij zijn? Waarom blijven veel machtige Belgen die op internationaal niveau spelen toch trouw naar hun Rotaryclub gaan? Clubs zijn onderdeel van het functioneren van de elite, net als elitescholen en luxueuse vakantieoorden. Het zijn plaatsen waar de elite elkaar kan leren kennen en waarderen zodat ze elkaar met Piet, Pol en Jo kunnen aanspreken. Het levert dus wel degelijk iets op. Het zorgt voor de smeerolie.”
Contacten leiden tot contracten, schrijft u.
Jan Puype: “Het is een fase in dat proces. Clubleden hebben een streepje voor op hun concurrenten die niet van dat voorrecht kunnen genieten. In sommige clubs mag iedere beroepscategorie maar één iemand afvaardigen. Als jij dan toevallig wegenbouwer X bent en je komt op de club in contact met de overheidsambtenaar die over een groot contract beslist. Dan zal dat niet automatisch betekenen dat je het contract krijgt. Maar het helpt. Je kan bijvoorbeeld op de clubvriendschap beroep doen om tips te krijgen over de manier waarop het project moet worden ingediend. Het leidt dus tot contracten.”
Hebt u daar ook bewijzen van?
Jan Puype: “Dat is het juist. Het is geen conspiracy, geen groot complot. Het is een vriendschapsnetwerk. De voorbeelden zijn wel legio. Sommige clubleden zijn bijvoorbeeld allemaal verzekerd bij één en dezelfde verzekeringsmakelaar die eveneens lid is van de club. Je ziet het ook op het hoogste niveau. Het verstevigt bestaande banden of creëert zelfs nieuwe banden. Ex-baas van de VRT Bert Degraeve was gastspreker van het Nieuw Economisch Appel (NEA), de club van Paul Buysse. Hij werd even later lid van NEA en toen Buysse een nieuwe topman zocht voor Bekaert, kwam hij bij hem terecht. Hij had gevoeld dat Degraeve wat uitgekeken was op zijn job bij de VRT. Het clubleven stuurt dus carrières. Het zorgt ongetwijfeld ook voor deals.”
Hoe zit het met de aanwezigheid van politici? Financieel behoren zij niet tot de elite, maar ze zijn wel graag gezien in clubland. Is dat een bewijs voor uw stelling?
Jan Puype: “Een efficiënt netwerk bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende geledingen van de maatschappij: journalisten, ondernemers, overheidsambtenaren, rechters en dus ook politici. Ik geloof dat de Brabant Business Club de enige club is die alleen maar onder ondernemers recruteert. Naar eigen zeggen omdat ze vinden dat je anders met een ander spel bezig bent. De Warande, de Vlaamse eliteclub in Brussel, geeft daarentegen korting aan politici. Als politicus verdien je misschien wat minder, maar je mag toch meespelen met de elite.”
Kan uw boek gebruikt worden als handboek om schandalen op te sporen?
Jan Puype: “In mijn boek staat enkel een bloemlezing van de ledenlijsten. Met de volledige lijsten kan je wel verbanden blootleggen. Daarom vraag ik van de clubs een minimum aan openheid. Zo zou tenminste iedereen die met overheidsgeld betaald wordt – politici, gerecht, politie – moeten melden waar hij allemaal lid van is. Het zou er die mensen ook aan kunnen herinneren dat ze daar niet zitten voor hun schone ogen, maar wel omwille van hun nut en macht.”
Toch één klein schandaaltje. U schrijft dat toenmalig premier Jean-Luc Dehaene zich niet te beroerd voelde om hand- en spandiensten te verlenen aan collega-lid Geert Allaert van Music Hall.
Jan Puype: “Jean-Luc Dehaene was toen eerste minister en eminent lid van de Top West-Vlamingen. Medelid Geert Allaert trok met één van zijn producties naar Canada. Omdat het een massaproductie betrof, wou hij alle figuranten betalen met gratis tickets. De zalen waren echter eigendom van de Canadese staat en de Canadese vakbond eiste dat alle medewerkers betaald werden. Jean-Luc Dehaene heeft dan de Canadese premier opgebeld. De zaak is uiteindelijk niet doorgegaan. Maar onze premier heeft zich toen toch ingezet voor een KMO. Hij doet dat niet voor elke KMO. Daaraan zie je nog maar eens wat clubvriendschap kan opleveren. Het is ondoorzichtig en niet eerlijk. Met zo'n meldingsplicht zou je tenminste al zien wie allemaal lid is van welke club.”

No comments:

Post a Comment